Autostoeltjes vanaf 0 kilo

Veiligheidstips voor baby autostoeltjes

  • Plaats het stoeltje altijd achterwaarts (je kindje kijkt naar de achterbank). Doe dit tot je baby minimaal 15 maanden is.
  • Stap pas over op een groter stoeltje als het hoofdje van je baby boven de achterkant van het stoeltje uitkomt. Wanneer de beentjes over de rand van de stoel komen, is dit geen probleem.
  • Heeft je auto ISOFIX, kies dan sowieso voor een stoeltje met ISOFIX.
    Bevestigen is makkelijk en de kans dat je iets fout doet is klein.
  • Plaats het autostoeltje op de achterbank, bij voorkeur achter de passagiersstoel. Als je je baby echt het liefste naast je in de passagiersstoel hebt, schakel dan altijd de airbag uit.
  • Gebruik het autostoeltje niet langer dan twee uur achter elkaar. Baby’s moeten zich vrij kunnen bewegen en zo nu en dan een andere houding kunnen aannemen.
  • Zorg ervoor dat de gordels van het autostoeltje strak zijn aangetrokken. De gordels moeten zich ter hoogte van je baby’s schouders bevinden en mogen niet gedraaid zijn.
  • Bevestig je het autostoeltje met de gordels van je auto? Zorg dan dat de gordel goed door de geleiders gaat. Onze baby autostoeltjes hebben een blauwe kleurcodering, daaraan kun je precies zien waar de autogordel moet zitten.